Ontwerp Schaerweijder Bosch- en Villapark, 1904
Schaerweijde Parkplan
Rond 1900 bestond er geen wijk Lyceumkwartier in Zeist. Ten oosten van het dorp lag het Zeister Bos. Maar de rust van het bos zou worden verstoord. Aan het eind van de negentiende eeuw konden ook de stedelijke middenstand en repatrianten uit de koloniën het zich permitteren om ‘buiten’ te gaan wonen. De droge zandgronden, frisse boslucht en het schone drinkwater zorgden voor een gezonde omgeving vergeleken met de door industrie vervuilde steden. Zo werd in 1904 de NV Schaerweijder Bosschen opgericht. Overeenkomstig de trend van de tijd was het doel van de vennootschap het grondgebied als een villapark te gaan exploiteren. Dit zou het Schaerweijder Bosch- en Villapark gaan heten.

Louis de Geer (1587-1652) en Kasteel Finspong, Zweden
Villa Finspong – Jhr. G.E. de Geer
In 1912 laat Jhr. Gillis Egbert de Geer als onderdeel van dit plan op de hoek van de Valckenboschlaan en de Schaerweijderparklaan (later Boulevard genaamd) de villa Finspong bouwen, met een bijbehorend koetshuis. Hier duikt voor het eerst de naam Finspong op in verband met het dorp Zeist.
Wie was de man die de villa Finspong in 1912 liet bouwen? Gillis Egbert de Geer is in 1862 geboren in Amsterdam. Telg uit een oud adellijk geslacht; verre nakomeling van Louis de Geer die leefde van 1587 tot 1652. Jan en Annie Romein hebben deze Louis de Geer, geboren in Luik, in ‘Erflaters van onze beschaving’ betiteld als ‘De koning der kooplieden’. Hij was de man die in 1627 ijzermijnen pachtte bij de plaats Finspong (ook geschreven Finspång), in Oost-Gotland, circa 160 km ten zuidwesten van Stockholm. Daar – in Zweden – ligt de oorsprong van de naam van de villa die Gillis Egbert de Geer in Zeist liet bouwen.

Villa Finspong, oostzijde
Villa Finspong
Op deze foto is het toegangspad naar de villa, beginnend aan de Valckenboschlaan, goed te zien. Ook is zichtbaar de uitbouw in de noordoosthoek, met de entree. Daarnaast is de ene loggia aan de zuidzijde goed te zien. Onder deze loggia lag een veranda met terras. De villa Finspong kende twee bouwlagen, met een zogenaamd schilddak. Gebouwd met bakstenen, niet bepleisterd; met roedenvensters en halve luiken, en een met leien gedekt dak.
In 1922 staat het ‘Landhuis Finspong Zeist’ te koop. Wat is er gebeurd? Enkele jaren daarvoor overlijdt onverwacht Maria Beuker, de echtgenote van Gilles de Geer. Hij blijft achter met drie dochtertjes jonger dan tien jaar. Jhr. de Geer verhuist naar een kleinere villa aan de Dalweg.
De villa Finspong wordt daarna bewoond door Salomon Bendien, huisarts in Zeist. Bendien, van joodse afkomst, geboren in Almelo in 1871, heeft zich in 1901 als huisarts in Zeist gevestigd. Aanvankelijk houdt hij praktijk in ‘Park Hill’ aan de Slotlaan, vanaf 1927 in een pand aan de Huydecoperweg. Hij is getrouwd met Jkvr. Petronella van Asch van Wijck, geboren in 1890. Zij is een dochter van een oudere zus van Gillis de Geer. Het zou niet verbazen als de familierelatie een rol heeft gespeeld bij de koop van de villa Finspong.
Omstreeks 1931 is bij de villa Finspong een tennisbaan aangelegd, meer in de diepte van het perceel bij de moestuin. Petronella Bendien-van Asch van Wijk is actief binnen de Tennisclub Kersbergen. Een club met een exclusief, voornamelijk adellijk karakter

Witte villa
Witte Villa
Bij de verkoop van de villa Finspong in 1922 is al duidelijk geworden dat bij de villa ook een bouwterrein ligt. In 1934 wordt aan de nieuwe burgemeester van Zeist Jhr. mr. Marie Louis van Holthe tot Echten vergunning verleend tot de bouw van een woonhuis met garage aan de Boulevard. Later zal deze woning nummer 28 krijgen. Aangenomen wordt dat dit huis – deze villa – ongeveer tussen de huidige gebouwen C en D van Park Finspong heeft gestaan, op het noordelijke perceel van het terrein dat oorspronkelijk bij de villa Finspong hoorde.

Luchtfoto circa 1938, met rechts in het middel de villa Finspong
WO II
Op 10 november 1942 wordt dokter Bendien – hij loopt zonder jodenster – aangehouden door de fanatieke NSB-er Evert Drost. Deze is werkzaam bij de Zeister gemeentepolitie; later wordt hij ‘de schrik van Zeist’ genoemd. In de avonduren van de tiende november wordt Bendien op last van de Sicherheitspolizei weer op vrije voeten gesteld. Ongetwijfeld is Bendien door deze aanhouding geïntimideerd. Acht dagen na de confrontatie overlijdt de arts, aldus het boekje ‘Zeister huisartsen in de 19e en 20ste eeuw’. Maar volgens de website van het Joods Monument (www.joodsmonument.nl) heeft Bendien zichzelf op 18 november 1942 om het leven gebracht. Hij was toen 69 jaar. Salomon Bendien staat ook op het Joods monument in het Walkartpark in het centrum van Zeist. Het volledige opschrift op dit monument is: Jodenvervolging en Holocaust. Ter herdenking van de slachtoffers, Zeist 1940-1945. Met meer dan 150 personen staat daar ook ‘Salomo Bendien 69 jaar’. Minder dan twee maanden na de dood van Bendien wordt in de villa Finspong door de Duitsers een Kindergarten geopend.
Na de Tweede Wereldoorlog
In de jaren na 1945 heeft de in 1912 gebouwde villa Finspong weer als woning gediend. Tot zijn overlijden in 1950 heeft dr. H.Th. s’ Jacob er gewoond. Hij was van 1924 tot 1934 commissaris der Koningin in de provincie Utrecht. Na zijn overlijden heeft zijn weduwe in de villa gewoond. De witte villa wordt in de jaren vijftig en zestig bewoond door ir. J.F. Fock, werkzaam bij de Steenkolen Handels Vereniging.

Tehuis voor blinde bejaarden
Tehuis voor blinde bejaarden
In 1961 koopt de ‘Landelijke Stichting tot Behartiging van de Belangen van Werkende en Bejaarde Blinden’ de villa Finspong met bijbehorende grond voor ƒ 200.000,=. Het gaat dan om het westelijke deel van het oorspronkelijke Finspong-terrein. De stichting had haar zetel in Utrecht en exploiteerde daar een werkplaats waar blinden en slechtzienden zich met het vervaardigen van kokosmatten en borstelwerk een inkomen konden verwerven. Naderhand concludeerde het bestuur van de stichting dat de opzet met dertig bejaarden te klein zou zijn, waarop men besloot tot afbraak van de villa Finspong en tot nieuwbouw. Na de nodige voorbereidingen werd eerst in 1965 gestart met de bouw van een tehuis aan de Boulevard. In die jaren is de villa Finspong dus afgebroken.
Het tehuis, dat ook de naam Finspong krijgt, wordt gebouwd in een T-vorm; het krijgt in totaal 105 bedden, waarvan een twintigtal voor personeel. In de linker vleugel van de T, op vijftien meter afstand van de Boulevard, bevindt zich de eetzaal; de rechtervleugel is bestemd voor het personeel. Op de plaats waar beide vleugels met elkaar kruisen komt via een lange oprijlaan die op de Valckenboschlaan begint, de hoofdingang.
In 1968 wordt de witte villa (Boulevard 28) aangekocht. Deze wordt ingericht voor een aantal bedlegerige patiënten. Ook moet het zwembad met een afrastering worden beveiligd. In 1970 besluit het stichtingsbestuur het perceel tussen het tehuis Finspong en de witte villa van de Inspectie der Domeinen te kopen. Wellicht is het zo geweest dat het door de Duitse bezetter geconfisqueerde gedeelte van Finspong na de oorlog in handen van de Staat is gekomen. Hoe dat zij, het terrein vormt nu weer één geheel, waarbij moet worden aangetekend dat het zuidoostelijke deel van het oorspronkelijke Finspong-terrein, waar nu de woningen Valckenboschlaan 12 en 14 staan, werd afgesplitst.
Maar dan valt in 1991, een jaar na de viering van het 25-jarig bestaan, het doek voor het tehuis voor blinde bejaarden Finspong. Waarschijnlijk is er sprake van een samenhang van verschillende factoren, waaronder de intrekking van de Wet op de bejaardenoorden. De locatie in Zeist wordt opgeheven; de bejaarden verhuizen naar Gouda

Park Finspong
Park Finspong
Daarna – in de jaren 1993 / 1995 – worden de witte villa en het tehuis afgebroken en komt Altus Zorg in beeld, en verschijnen in enkele landelijke kranten de advertenties ‘Verzorgd wonen voor ouderen’ en komen de contouren van het huidige Park Finspong in beeld.
